Het dagelijks leven van Kawther Salam

  ..: IDF negeert uitspraken van IsraŽls hooggerechtshof :..
 
25 Juli 2007

-> Home (meer artikelen) 

"… als dit het is hoe de staat met uitspraken van het gerecht omgaat, wat kunnen we dan verwachten van de gewone burger?
Wat voor boodschap bent u in geÔnteresseerd om hier te verzenden?
"
Het IsraŽlische hooggerechtshof: Rechter Ayala Procaccia


Over de hele wereld worden beslissingen en uitspraken van de Hooggerechtshoven gerespecteerd en naar behoren toegepast door regerings- en particuliere organisaties en tevens in zaken en door burgers. Alleen in IsraŽl worden uitspraken van het Hooggerechtshof genegeerd als deze uitspraken in botsing komen in de deals tussen de IDF en de illegale kolonisten. In 1998 sloot de IDF een overeenkomst met de joodse kolonisten ten zuiden van Hebron, betreffende het dorp Yatta. Tot deze overeenkomst behoorde de "inbeslagname" van stukken land van Palestijnse boeren en het verwosten van hun huizen, grotten en bronnen teneinde de stukken land uit te breiden die "behoorden" aan de illegale nederzettingen in de buurt, en in het algemeen voor het vergroten van het terroriseren en bedreigen van het bestaan van de Palestijnse boeren in het dorp Yatta, teneinde hen te dwingen "vrijwillig" te gaan. Deze "overeenkomst" hield ook in, het geven van toestemming aan de onrechtmatige nederzetting Maon, die gevestigd werd zonder "vergunning" van het IsraŽlische militaire burgerlijke bestuur.


Dorit Beinisch, president van het Israelische hooggerechtshof (Bron v.d. foto: Reuters)

De brigade-commandant van Hebron, kolonel Yehuda Fuchs, in volledige samenwerking met het Centrale Commando van de IDF, gooide een besluit van vorig jaar december, 2006, door opperrechter Dorit Beinisch van het IsraŽlische hooggerechtshof, in de afvalbak. De beslissing van het hof beval het leger om binnen zes maanden de betonnen muur die gebouwd is langs weg 317 en een deel van weg 60 van "Tiena" tot aan de illegale nederzetting "Karmel" ten zuiden van het dorp Yatta in het district Hebron. De IDF bouwde een muur van 41 km lang en 82 cm hoog op Palestijnse grond die was gestolen ten gunste van de illegale joodse nederzettingen in de buurt.

Kolonel Yehuda Fuchs negeerde de beslissing van het hooggerechtshof die tegen de plannen is van het Centrale Commando om een betonnen muur van 186 km te bouwen rond de stad Hebron. Deze betonnen muur, bedacht door het Centrale Commando en Yehuda Fuchs, zal langer zijn dan de "groene lijn" rond het district Hebron. Deze "groene lijn" rond de stad is ongeveer 155 km. De betonnen muur zal verscheidene steden en dorpen doorsnijden, ongeveer 84,32% van het totale landoppervlak van het district Hebron valt buiten de muur. Kolonel Yehuda Fuchs stelde voor om "openingen" in de muur te maken (13 in totaal) op vaste afstanden. Deze "openingen" zouden worden beveiligd met metalen deuren waarvan de sleutels zouden worden bewaard door de IDF, in plaats van deze helse apartheidsmuur te verwijderen die hij aan het bouwen is, tegen de wil van het Hooggerechtshof.


Deze barriŤre, hier in aanbouw in het jaar 2006 langs weg 317, zou moeten worden afgebroken volgens
een uitspraak die kortgeleden opnieuw werd gedaan door het IsraŽlische Hooggerechtshof (Bron v.d. foto: CPT)

Volgens het helse plan van het Centrale Commando van de IDF en de brigade van Hebron, zal de oude stadskern van Hebron, inclusief vele Palestijnse inwoners van nabij gelegen dorpen en steden in het westen, noorden en zuiden van het district Hebron, nieuwe maatregelen van isolatie het hoofd moeten bieden.
Het gebied ten oosten van weg 317 zal onder toezicht gehouden worden van de joodse kolonisten en de IDF. Het doel van de bezetting is het isoleren van meer dan 3000 Palestijnen die in Yatta wonen in kleine afgesloten getto's, en hen het recht ontzeggen om hun noodzakelijke diensten te ontvangen van de gemeente Yatta en om hun landbouwgronden te kunnen bereiken.


Het terroriseren van het gezin Al-Nawaja in Yatta, in 1998. De kolonisten staken al hun bezittingen in brand
terwijl ze lagen te slapen. Hun dieren, hun spaargeld.... alles was weg.

De uitspraak in 2006 van het hooggerechtshof kwam als reactie op een verzoekschrift dat was ingediend door de Associatie voor Burgerrechten in IsraŽl tesamen met Palestijnse inwoners van dorpen in de buurt van Hebron. Volgens verslagen van de media vaardigde het IsraŽlische Hooggerechtshof een nieuw besluit uit op dinsdag 24 juli 2007, waarin opnieuw werd bevolen aan de IDF om een betonnen afsluitingshek nabij Hebron af te breken binnen twee weken. Het gaf de IDF een week de tijd om het hek neer te halen en een verder week om de resten ervan van de weg te verwijderen. De IDF wordt door het hof beschuldigd van het "om onbekende redenen" opzettelijk vertragen van de toepassing van een uitspraak die gedaan werd in december 2006.

De plannen van het Centrale Commando van de IDF, die de bezettingsoverheid heeft geprobeerd ten uitvoer te brengen sinds 1999, is het toevoegen van het hele zuidelijk deel van Yatta, landbouwgronden die toebehoren aan Palestijnse boeren, aan IsraŽl terwille van de uitbreiding van het grondgebied van zeven illegale nederzettingen die Yatta verstikken. Er is een deal tussen de joodse kolonisten en de IDF om alle Palestijnen uit het zuiden van Yatta te verdrijven, waarbij verscheidene stappen en maatregelen gevolgd worden in de komende jaren.
De IDF heeft een deel van deze maatregelen al in werking gesteld en heeft de Palestijnse bronnen en de grotten waarin plaatselijke Palestijnen woonden verwoest, en ook vernielden ze hun wegen en verklaarden ze hun landerijen tot "militaire gebieden" waar ze verboden waren om te komen.


Yair, een kolonist die is verbonden aan de terroristen-clan Dreben,
discussiŽert met Palestijnse boeren in Buweib, een dorpje nabij Yatta. (Bron vd foto: CPT)

In de jaren 1998-1999 legden de IDF brigadecommandanten verschillende uitspraken van het IsraŽlische Hooggerechtshof in Hebron naast zich neer. Het Hooggerechtshof deed een uitspraak om het benzinestation Al-Jabari in de Al-Shuhadastraat te heropenen. Voormalig commandant van Hebron, Ygal Sharon, negeerde de uitspraak.

In 1999 deed het Hooggerechtshof de uitspraak dat elke partner (vrouw of man) van een Palestijn aanwezig in de West-Bank en Gaza tussen 1990 – 1992 het recht had op een onmiddellijke herenigingsvergunning na drie maanden gesolliciteerd te hebben bij de IsraŽlische militaire DCL (het burgerlijke bestuur). Kolonel Amnon Cohen van het militaire DCL-kantoor negeerde deze uitspraak.



-> Home (meer artikelen)