Het dagelijkse leven van Kawther Salam

  ..: IsraŽl is een racistische staat :..
 
August 6, 2003


De staat IsraŽl brengt racisme en discriminatie in praktijk in zijn wetten voor de Arabische bevolking sinds voor het tijdstip dat ze hun racistische huwelijkswet oplegden die door het Parlement was aangenomen op 13 juli 2003. Het IsraŽlische parlement stemde om de Palestijnen te blokkeren die IsraŽliŽrs wilden trouwen om ze te verhinderen IsraŽlische burgers of staatsburgers te worden, waardoor ze een nieuwe wettige barriŤre oprichtten toen IsraŽl het eerste deel van een nieuwe fysieke barriŤre voltooide tegen de Palestijnse West Bank.

Na het bezetten van de West Bank en de Gazastrook in de Zesdaagse oorlog van 1967, begon IsraŽl toe te staan dat IsraŽliŽrs die burgers van de gebieden hadden getrouwd, een verzoek konden indienen naar hun echtgenoten in IsraŽl, onder een programma van gezinshereniging. Sinds de ondertekening van het Oslo-akkoord begon IsraŽl het programma van gezinshereniging te beperken, ze beperkten zelfs de gezinsvergunningen voor verblijf in IsraŽl. Bovendien nam het ministerie van Binnenlandse Zaken van IsraŽl honderden identiteitskaarten voor IsraŽlisch staatsburgerschap in beslag van Arabieren uit het oosten van Jeruzalem.


1997 - Deze mannen wachten aan de hoofdingang van het Shabak-kantoor bij de Burger
Administratie in Hebron. Ze hebben een aanvraag ingediend voor vergunningen voor verblijf in IsraŽl,

           Aan hen zal vermoedelijk worden gevraagd om te collaboreren met de bezetting.           


In juli 2002, nadat de bezetting mij mijn huis in Hebron had uitgegooid, en terwijl mij het recht was geweigerd door de IsraŽlische regering om naar Oostenrijk te reizen, en gedurende mijn hele illegale verblijf in Jafa; demonstreerde ik
in het centrum van Tel Aviv met Gush Shalom en de Arabisch-Israelische vredesbeweging Ta'ayush, tegen de racistische discriminatiewet die was opgedrongen door de IsraŽlische regering aan de Arabische bevolking. De racistische wet die werd opgedrongen door de regering, moest voorkomen dat Arabieren huizen bouwden of land kochten in de buurt van het gebied van joodse nederzettingen die midden in hun steden en dorpen gebouwd werden in wat IsraŽl werd genoemd.

De spanningen groeiden tussen de joodse en Arabische bevolkingsgroepen in IsraŽl sinds voordat de Intifada uitbrak op 29 september 2000. Eigenlijk bracht de staat IsraŽl de racistische huwelijkswet al in praktijk gedurende vredestijd voordat die officieel werd opgelegd.
De Israelisch-Arabische burgers die met Palestijnen trouwden, kregen van de Burgeradministratie van het IsraŽlische leger een verblijfsvergunning voor IsraŽl voor niet meer dan zes maanden. Zelfs in zulke gevallen verleende de IsraŽlische burgeradministratie geen vergunning voor deze mensen, en hen werd het recht geweigerd om normaal te leven met hun gezinnen in IsraŽl. In gevallen die ik onderzocht en publiceerde in de media, moesten de mannen gaan scheiden en de kinderen moesten de belastingen betalen voor het IsraŽlische racisme.

De geciviliseerde staat bood enkele van deze Palestijnen die met IsraŽlische Arabieren die een verblijfsvergunning nodig hadden, waren getrouwd, de mogelijkheid om te spioneren voor IsraŽl als voorwaarde voor het krijgen van de verblijfsvergunning. De mensen die weigerden te spioneren voor IsraŽl, werd de verblijfsvergunning geweigerd en daarmee de hereniging met hun gezinnen, en ze moesten gaan scheiden.


1997 - Deze drie mannen wachten voor het Shabak kantoor van de Burger Administratie
in Hebron. Hen werd gevraagd te collaboreren met de bezetting nadat ze aanvraag hadden ingediend voor
vergunningen voor verblijf in IsraŽl met hun gezinnen, maar werden geweigerd.
De Shabak verhinderde mij hier verder nog te komen na de publicatie van deze foto's.

De IsraŽlische Arabieren zijn gebruikt door leden van het IsraŽlische Parlement als bemiddelaars tussen hen en het IsraŽlische ministerie van Binnenlandse Zaken om een verblijfsvergunning te verlenen. Nadat de Intifada uitbrak werd de situatie ingewikkelder. In 2001 bemiddelden drie leden van het IsraŽlische Parlement tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en een IsraŽlische Arabier die verloofd was met een Palestijnse vrouw uit de West Bank. Na drie maanden werd de bruid, Iman, een verblijfsvergunning verleend voor 24 uur voor verblijf in IsraŽl met haar nieuwe echtgenoot.

Mevr. Ochrochya Al-Tayeb, een IsraŽlisch Arabische uit Jafa was getrouwd met een Palestijnse man uit Gaza sinds een paar jaar. Vorig jaar, in 2002, bezocht ze haar gezin met haar kind, maar ze mocht niet meer naar Gaza terugkeren. Het kind leed intense geestelijke pijn. De moeder vroeg iedereen of ze haar konden helpen om naar huis terug te komen in Gaza, of haar man een verblijfsvergunning te verlenen voor IsraŽl. De laatste bemiddelaar was het parlementslid Ilan Shalge van de Shinui-partij, maar haar verzoeken werden ieder keer afgewezen, en haar petities werden geblokkeerd door het IsraŽlische ministerie van Binnenlandse Zaken, tot nu toe.
Mevr. Al-Tayeb zal vermoedelijk worden gedwongen tot een tweede scheiding..



-> Home